Het verlangen naar stilte en traagheid
Steeds meer mensen verlangen er in deze hectische tijd naar: rust, stilte, traagheid. Niet voor niets gaan velen op pelgrimstocht. Wat zoeken ze daar? Ik las in een verslag over zo een tocht: Om de adem van het leven te voelen en het geheim van het leven, en: Om thuis te komen in je eigen hart. Tijdens die lange wandelingen zijn dikwijls eenzaamheid en stilte de bondgenoten.
Zou het kunnen zijn dat zo een deel van onszelf aan het licht komt? Een deel van ons dat een verkommerd bestaan heeft geleid. Dat we de afkalving van bepaalde kwaliteiten in ons leven achteloos hebben toegelaten. De onrust, de gejaagdheid, de tijd die door onze handen glipt. Voortdurend zijn we bezig met worden, nooit eens met gewoon maar zijn. Nooit eens intens in de volheid van het nu, de tijd vergetend. Ook de angst voor de eenzaamheid en de stilte speelt een rol. Maar als je echt authentiek wilt leven vanuit je hart, hoort eenzaamheid daarbij.
Kloosterlingen verstaan de kunst van het eenzaam zijn en ook die van de stilte. Een kennis, die een pelgrimage liep, ontmoette monniken, hij noemde hen godzoekers. God? zegt een van die monniken, God is te groot voor drie letters, en: Wij kunnen ons niet meester maken van de hemel, zegt een ander, berustend.
Wij verbazen ons er over dat dit soort mensen nog bestaan. Zij hebben zich van de wereld van het hebben afgekeerd en toch staan ze heel aards, midden in het leven. Zijn er niet van vervreemd, integendeel. Ze sporen ons aan de weg van het hart te volgen zonder zweverig te worden. Ze benaderen het geheim van het leven door zich te verlossen van de tijd.
Straks gaan velen weer met vakantie. De een gaat voor de drukte van een grote stad en haar cultuur, de ander zoekt de stilte op in de natuur. Persoonlijk kies ik voor afwisseling. Na een dag in een stad te hebben rondgedwaald, musea te hebben bezocht, van een concert te hebben genoten, is het heerlijk om terug te gaan naar een stille plek en daar alle indrukken te verwerken.
Ook als je, om welke reden ook, niet meer op vakantie kunt gaan, kunnen de volgende leefregels van kracht zijn. Ze bevorderen het proces van vertraging en zorgen er voor dat je dichter bij jezelf blijft. Het zijn levenslessen van Leo Fijen. Hij sprak 1 maart jl. in de NPB Baarn en in mijn woonplaats Amersfoort. Hier volgen ze (enigszins door mij bewerkt):
· Wees thuis op de plek waar je woont. Anders gezegd: bloei op waar je geplant bent.
· Minstens een keer per week is het goed de aarde te voelen. Wees bezig met planten en/of met al wat er groeit en bloeit.
· Leef niet achteloos maar met aandacht. Ook voor kleine bezigheden.
· Durf te wachten en te verlangen zonder ongeduld.
· Probeer objectief naar jezelf te kijken en oordeel niet te hard. Wees mild, voor jezelf en voor je medemens. Sluit vrede met de schaduw in je leven.
· God woont op de bodem van je hart en dit kun je in de stilte ervaren.
· Geniet van de kleine dingen van het leven.
U allen een goede zomer gewenst.
Elske Bast-Fokkema.
Boekbespreking
Wessel Stoker, Kunst tussen hemel en aarde.
Het spirituele bij Kandinsky, Rothko, Warhol
en Kiefer, Meinema, 184 blz., 23,50.
In zijn rede bij de aanvaarding van het ambt
van bijzonder hoogleraar Esthetiek aan de
Vrije Universiteit Amsterdam, faculteit
Godgeleerdheid, op 5 oktober 2006 zei
professor Stoker het volgende:
Wat is het waardevolle van kunst?
David Hume en Immanuel Kant zien dat in het
geven van genoegen. Een schilderij, een gedicht of muziekstuk is goed als het genoegen geeft. Genoegens kunnen echter heel verschillend zijn. Zo gaat het bij kunst als entertainment om een plezierig avondje uit, terwijl een toneelstuk van Beckett een intellectueel genoegen kan zijn. Vele dingen in het leven geven ons genoegen die we niet als kunst beschouwen zoals sport of een vakantie. Daarom zegt het geven van genoegen nog te weinig om het genoegen dat kunst geeft te onderscheiden van het genoegen dat andere zaken ons geven. Kant doet daarom het voorstel om het genoegen dat kunst geeft nader te specificeren als genoegen dat te danken is aan de schoonheid die kunstwerken geven. Het schone omschrijft hij als belangeloos genoegen. We kijken naar de appels die Cézanne schilderde niet vanuit het belang om onze honger ermee te stillen. Nee, het belangeloos kijken naar Cézanne's stilleven met appels betreft zijn schoonheid waaraan we genoegen beleven.
Tot zover het citaat.
De vraag die resteert is: bestaat het waardevolle van kunst in schoonheid?
Stoker probeert naast de schoonheid ook een waarde te vinden in de spirituele dimensie van kunst. Daar gaat hij verder op door in bovengenoemd boek.
Sinds de Renaissance wordt het merendeel van de kunst niet meer in kerkelijke opdracht gemaakt. De kunst van voor die tijd was door de context vanzelfsprekend religieus. Dat betekent niet dat de kunst van na die tijd en buiten de religieuze context nooit meer religieus of spiritueel kan zijn. Om uit te vinden of een werk spiritueel is, ontwerpt de godsdienstfilosoof Wessel Stoker de drieslag immanente transcendentie, radicale transcendentie en radicale immanentie. De schrijver verdiept zich in de motieven van de kunstenaars, maar ook in de beleving van de kunst door de kijkers. Een aanrader voor wie een religieuze of spirituele dimensie zoekt in of achter het kunstwerk.
Fragen
Am Meer, am wüsten, nächtlichen Meer
Steht ein Jüngling-Mann,
Die Brust voller Wehmut, das Haupt voll Zweifel,
Und mit düstern Lippen fragt er die Wogen:
"O löst mir das Rätsel des Lebens,
Das qualvoll uralte Rätsel,
Worüber schon manche Häupter gegrübelt,
Häupter in Hieroglyphenmützen.
Häupter im Turban und schwarzem Barett,
Perückenhäupter und tausend andre
Arme, schwitzende Menschenhäupter -
Sag mir, was bedeutet der Mensch?
Woher ist er kommen? Wo geht er hin?
Wer wohnt dort oben auf goldenen Sternen?"
Es murmeln die Wogen ihr ewges Gemurmel,
Es wehet der Wind, es fliehen die Wolken,
Es blinken die Sterne, gleichgültig und kalt,
Und ein Narr wartet auf Antwort.
Heinrich Heine
In dit gedicht staat een jongeling 's nachts bij de zee en vraagt aan de golven om antwoord op de grote levensvragen: wie is de mens? Vanwaar komt hij en waarheen gaat hij? Hij is de eerste niet die dat doet. Voor hem hebben mensen uit alle eeuwen en alle culturen dat ook gedaan. Bij al deze vragen blijven de golven komen en de sterren koud stralen. 'En een nar wacht op antwoord'. Menig vrijzinnige herkent zich in het onbeantwoordbare van de raadsels van het leven. Het blijft een tasten en zoeken naar voorlopige antwoorden en het is mooi als je dat kan doen samen met anderen, in vrijheid en verdraagzaamheid, in een geloofsgemeenschap bijvoorbeeld als de NPB.
Christian Johann Heinrich Heine (1797-1856) was een Duits dichter met een Joodse vader en een moeder van niet-Joodse afkomst. In 1825 trad hij toe tot de Lutherse kerk, maar een meer innerlijke band met het christelijk geloof kreeg hij pas toen hij aan het eind van zijn leven verlamd op zijn ziekbed in Parijs lag, waar hij sinds 1831 woonde.
Zoals uit het gedicht blijkt behoorde Heine tot de Romantiek. Voorts maakte hij vele ironische en spitsvondige gedichten die ook heden ten dage nog aanspreken. Hij werkte soms samen met zijn tijdgenoot Karl Marx. Innerlijk was Heine een tegenstrijdig mens; hij voelde zich Duitser maar ook wereldburger. Dubbele gevoelens had hij ook t.a.v. het jodendom en de romantiek.
Beroemd is zijn uitspraak "wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen" ("waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen") die als een profetische vooruitblik geldt voor wat er later in het Derde Rijk van Hitler te gebeuren stond. In Nazi-Duitsland was Heine als zoon van een Joodse vader en als progressief vrijdenker taboe. Zijn lied over de 'Lorelei' was echter zo populair dat het onmogelijk uit populaire liederenbundels kon worden geweerd. Men liet het dus staan met de vermelding "Dichter: unbekannt" (nl: Dichter onbekend)
Ds. Peter Korver
Kwartetdienst
Zondag 29 april houden de NPB afdelingen van Huizen, Laren-Blaricum en Weesp en Naarden-Bussum een gezamenlijke dienst, een 'Kwartetdienst' en wel in Huizen aan de César Francklaan. Voorganger is ds. Peter Korver. Thema is de 'Ongelovige Thomas'. Zijn wij NPB-ers dat voor het merendeel ook niet? Thomas (uit het Evangelie van Johannes 20) wilde graag geloven, maar zijn gezonde verstand kon niet zomaar iets volstrekt ongerijmds
aanvaarden
AFDELING NAARDEN - BUSSUM
Pinksteren
De kracht van de Geest
schept vrijheid van denken;
zij gaat over grenzen
van mensen heen,
voegt volken tesamen
van allerlei namen;
er ontstaat dan een taal
die ieder verstaat.
De kracht van de Geest
is universeel,
maakt de wereld van mensen
weer tot één geheel;
het is nog visioen,
het is nog niet waar;
de wereld is duister,
mensen haten elkaar.
Wat blijft is de droom
van een toekomst in 't licht,
maar de mens moet het doen,
bezield door de geest,
gesterkt door de kracht,
eerst dan krijgt ons Pinksteren
een verstaanbaar gezicht.
Ds. D.A. Werner